Iedereen die wel eens een stevige wandeling heeft gemaakt na een drukke dag kent het gevoel: je hoofd wordt rustiger, gedachten vallen op hun plek en de spanning zakt een beetje. Dat dit geen toeval is, maar een meetbaar effect, wordt steeds duidelijker uit wetenschappelijk onderzoek naar Wandelcoaching. Wandelen, en zeker wandelen in de natuur, blijkt een krachtig middel te zijn tegen stress en spanningsklachten.
Hieronder deel ik een aantal onderzoeken die de effecten van wandelcoaching en coaching in de natuur in kaart brengen. Ze laten zien dat de combinatie van bewegen, buiten zijn en een goed gesprek meer is dan een prettige bijkomstigheid: het draagt actief bij aan herstel en welzijn.
Een van de meest aangehaalde studies op dit gebied is die van Agnes van den Berg en Femke Beute, gepubliceerd in 2021 in het Journal of Environmental Psychology. Zij onderzochten een wandelcoachingsprogramma van ongeveer 12 tot 18 weken, waarbij coach en cliënt samen de natuur in gingen. Veertig deelnemers met burn-out- en stressklachten deden mee, de helft volgde het wandelcoachingsprogramma en de andere helft vormde de controlegroep. De uitkomst is veelbelovend: deelnemers in de wandel-en-praat-groep verbeterden meer op het gebied van burn-out, stresssymptomen, algemene mentale gezondheid en welzijn dan deelnemers in de controlegroep. Opvallend is ook dat verbeteringen in de mentale gezondheid soms al zichtbaar waren na de tweede wandeling.
Het onderzoek beperkt zich niet tot cijfers alleen. Uit kwalitatieve interviews met deelnemers van eerdere studies naar wandeltherapie komt een vergelijkbaar beeld naar voren: mensen ervaren wandelen in de natuur als ontspannend en kalmerend, voelen zich energieker en merken dat ze makkelijker persoonlijke gedachten en gevoelens durven te delen. Het wandelen lijkt de druk van een gesprek weg te nemen, juist omdat je niet de hele tijd recht tegenover elkaar zit.
Wat mij betreft is dit meer dan een interessant onderzoeksresultaat: het is onderdeel van een bredere en hoopvolle beweging. Steeds meer hulpverleners, therapeuten en coaches kiezen ervoor om hun werk naar buiten te verplaatsen, weg van de spreekkamer en de natuur in. Een ontwikkeling die ik van harte toejuich.
Een mooi voorbeeld hiervan is de Groene GGZ, een initiatief van Nature For Health en IVN Natuureducatie. Samen met een groeiend aantal GGZ-instellingen, de brancheverenigingen, zorgverzekeraars en de VU Amsterdam werken zij aan een groenere geestelijke gezondheidszorg, waarin natuur niet alleen decor is, maar onderdeel van de behandeling zelf. Deze “groene voorlopers” behandelen inmiddels samen meer dan driehonderdduizend cliënten op terreinen die in omvang ongeveer overeenkomen met anderhalf nationaal park. Een beweging die laat zien dat de stap naar buiten geen randverschijnsel meer is, maar steeds vaker een serieus onderdeel van goede zorg.
Zelf werk ik op dit moment ook mee aan een mooi voorbeeld van deze beweging: een pilot in Drenthe waarin onderzocht wordt of wandelcoaching de druk op de GGZ kan verlichten. De wachttijden in de GGZ lopen soms op tot meer dan een jaar, en met deze pilot wordt gekeken of wandelcoaching kan helpen om mensen die risico lopen op die wachtlijst terecht te komen, eerder de juiste ondersteuning te bieden.
Het onderzoek wordt geleid door Jolanda Maas (VU) en wordt mogelijk gemaakt door het Preventiefonds Assen en de Provincie Drenthe, in samenwerking met diverse zorg- en welzijnspartijen in de regio. Of en hoe wandelcoaching uiteindelijk een vaste plek kan krijgen binnen het zorg- en welzijnsaanbod, moet de pilot nog uitwijzen. Zodra daar meer over te zeggen is, deel ik dat hier graag.